Halloween
Halloween
Het was een koude herfstmiddag op 27 oktober 2007. Om 16.00 uur stipt stond ik voor LCC ’t Klooster. Er zou een heus halloweenfeest zijn. Mijn missie; op zoek naar avontuur en me de stuipen op het lijf laten jagen! Voor de deur werd ik met andere kinderen opgehaald door een enge vrouw met een cape. Haar hoofd was rood, ik weet ook niet waarom. Waarschijnlijk was ze boos of had ze heel hard rondjes gerend. Ze nam ons mee naar boven. We waren maar met een handje vol kinderen, dus het was nog lekker rustig. Wel jammer, want ik had gehoopt dat ik meer buurtgenootjes tegen zou komen.
Boven werden we naar een lokaal gebracht waar allemaal gekleurde halloween vlaggen hingen en de tafels bedekt waren met vuilniszakken. Ook lag er op de tafels papier, karton, scharen en lijm. Het was wel duidelijk wat hier de bedoeling was; knutselen. We mochten een plekje uitzoeken en ik ben lekker achterin gaan zitten. Zo kon ik goed de deur in de gaten houden om te zien of er nog meer buurtgenootjes binnen kwamen. De ruimte verder deed me niet zo veel. Echt eng was het niet. Wel zag ik in een flits vier verklede vampieren rondrennen, maar toch waren deze minder eng, dan de vrouw die mij net naar boven had gebracht.
Ik ben uit verveling maar gaan knutselen. Ik moest toch goed voor de dag komen als ik mee wilde lopen met de lampionnenoptocht. Langzaam kwamen er meer kinderen binnen. De één nog meer uitgedost als de ander. Gelukkig zat er een klasgenootje van mij bij, had ik tenminste nog iemand om mee te praten. Knutselen is dan ook gelijk een stuk leuker. De muziek werd ook aangezet. Zelfs dit maakte de sfeer niet echt spannend. Een half uur later was ik wel klaar met het knutselen. Ik ben nooit een zodanige Creabea geweest.
Ik heb mijn maatje aangespoord om met me mee te lopen de gang door. Hij was nog niet klaar, maar dan had hij maar niet zo laat binnen moeten komen. Hij had vast nog wel genoeg tijd om zijn pak af te maken. Daarbij hoefde hij niet zo goed voor de dag te komen als ik. Hier in deze gang moest toch wel ergens iets engs te vinden zijn? Ik kwam hier om me de stuipen op het lijf te laten jagen, maar dit was tot op heden nog niet gebeurd. Op de enge vrouw na dan.
In de gang bleek een spookhuis te zijn. Op alles voorbereid, zijn we naar binnen gegaan. We hadden er hoge verwachtingen van. Hier stond eindelijk iets te gebeuren. Toen we eenmaal naar binnen gingen was ik een beetje teleurgesteld. Zelfs dit zag er niet eng uit. Er liep een vampiera rond die het druk scheen te hebben en een drukke vampier is verre van eng. Er waren een aantal hokjes gemaakt met lichtjes erin die de “enge” dingen moesten verlichten. Stelde ook allemaal niet veel voor. Je kon zien dat er weinig tijd was om de ruimte aan te kleden. Ik moest uitkijken dat ik niet per ongeluk op rondwaaiende ballonnen ging staan. Dat werd namelijk verboden. Toen iemand niet keek heb ik er toch stiekem één kapot gestampt. Kon mezelf niet inhouden. Mijn ogen werden getrokken naar een vaag rood licht. Samen met mijn maatje ging ik verder op ontdekking. Hij vond het rode licht maar niks, maar ik voelde dat ik daar niet alleen naar toe moest gaan en maar goed ook…
Eenmaal aangekomen bij het rode licht, moesten we een kralengordijn door. Daar zat op de grond een mannetje met rare kleding aan een lichtgevende bol. Hij wenkte ons en vroeg of we onze toekomst wilden laten voorspellen. Ach, waarom ook niet. Misschien kon hij me wel iets engs vertellen, dat ik vroeg doodga ofzo. Ik moest gaan zitten op de grond. Mijn maatje mocht op een kruk. De waarzegger begon in zijn bol te kijken en met belletjes te rinkelen. Ik zou 100 jaar worden, boer worden en gaan trouwen met ene Fatima. Dit was het einde van de voorspelling. Ik bleef verstard zitten. Hij had me, ik was geschrokken. Niet om het feit dat ik 100 jaar zou worden of boer zou worden. Nee, iets veel ergers! Ik ga trouwen met Fatima! Dat wil ik helemaal niet! Na vijf minuten bewust voor me uit gestaard te hebben trok mijn maatje me weg. Hij was immers aan de beurt. Ik mocht nu op het krukje gaan zitten. Maar goed ook, want ik stond nog stijf van de schrik. Bij mijn maatje was het minder erg. Hij mocht tenminste trouwen met een Annemarije.
Na de voorspelling van mijn maatje was ik weer een beetje tot rust gekomen. Hij nam me mee de gang op, want dan kon ik nog wat langer op een krukje blijven zitten. De vrouw die op een krukje tegenover me zat vroeg aan mij wat ik wilde. Ik zei dat ik alles wel goed vond, zolang ik maar niet met een Fatima hoefde te trouwen. De vrouw begon te lachen en zei dat ik me er maar niet te veel van aan moest trekken wat de waarzegger net tegen me gezegd had. Dit stelde me toch wel weer een beetje gerust. Mijn blik viel op de tafel. Nu snapte ik ook waarom ze moest lachen…Ik zat aan de schminktafel. Ik heb maar snel gezegd dat ik een spook wilde worden. Ik moest er toch enger uit gaan zien dan de vrouw met de cape. Mijn maatje werd omgetoverd tot spiderman. Zijn ultieme held.
We zijn toch nog even terug geweest het spookhuis in. Dit kwam omdat ik ineens een man zag lopen die ik nog niet eerder gezien had. Aangekomen in het spookhuis, was hij nergens meer te bekennen. De vampiera was ondertussen wel een beetje bedaard en zei dat we moesten gaan zitten met ons gezicht naar een doodskist. Toen iedereen stil was schrok ik voor de eerste keer echt! Ik niet alleen, alle kinderen! De man kwam als een zombie uit de doodskist geslopen en begon daarna als een gek ballonnen plat te stampen. Wel gemeen, want ik mocht dit niet doen. Vervolgens vertelde de man een verhaal over een beer. Dit deed hij ook goed, want het was best een beetje eng.
Na dit hele avontuur heb ik mijn maatje de tijd gegeven om zijn kleding af te maken. Ik was al af, perfect en eng. Ik heb hem toch maar een beetje geholpen, maar meer omdat ik het allemaal een beetje te lang vond duren. Ondertussen zag ik weer vier vampieren met vet in hun haar rondrennen. Geen idee wat die allemaal aan het uitspoken waren. Ik rook wel een enorme frituurlucht. Kwam ergens beneden vandaan. Ik begon me een beetje zorgen te maken. Het was al kwart over 6 en ik had nog steeds geen eten gehad. Mijn maag begon door alle inspanning toch wel een beetje te knorren. De enge vrouw had wel snoepjes uitgedeeld, maar deze durfde ik niet aan te nemen. Ook de limonade heb ik maar overgeslagen. Uiteindelijk kwam het eten naar boven. Patatjes en lekkere andere hapjes. Ik heb mijn buik helemaal rond gegeten. We kregen niet allemaal tegelijk te eten, maar ik had al opgevangen dat de patatpan ontploft was, dus dit was niet zo erg.
De enge vrouw kwam ons weer ophalen en bracht ons naar de lampionnenoptocht. Ik was natuurlijk als mooiste uitgedost, dus kon ik ook lekker gaan spoken.
Mijn missie was volbracht. Ze hebben me in ’t Klooster goed weten te laten schrikken. Ik kwam er alleen wel achter dat je het avontuur zelf moet zoeken, want avontuur komt niet naar jou toe. Mijn missie heeft me een stapje verder geholpen. Ik ben weer een ervaring rijker. Een ervaring om nooit te vergeten!
